3 jaar geleden

Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (28)

David nu was zeer bedroefd, want het volk sprak erover hem te stenigen, omdat de ziel van het ganse volk bedroefd was, een ieder om zijn zonen en zijn dochters. Maar David versterkte zich in de Heer, zijn God.

“David werd zeer benauwd, want het volk sprak erover hem te stenigen. De zielen van het hele volk waren namelijk verbitterd, ieder over zijn zonen en over zijn dochters. David echter sterkte zich in de HEERE, zijn God” (1 Sam. 30:6).

Toen David en zijn mannen te Ziklag aankwamen, vonden zij de stad verbrand en hun gezinnen weggevoerd door de Amalekieten. David was zeer bedroefd. Het woord benauwd heeft het idee, dat je je in een benauwde situatie bevindt en geen kant op kunt. Dit is precies hoe David zich voelde, hij kon nergens terecht voor hulp. Zijn mannen waren verbitterd en wilden hem stenigen tot de dood. Deze mannen hadden David trouw gevolgd, maar toen zij zagen dat hun gezinnen gevangen waren genomen en weggevoerd, was dat hun breekpunt en waren zij verbitterd over David.

Geen plaats hebben om naar toe te gaan, was eigenlijk een goede plaats voor David om zich in te bevinden. Het is een goede plaats voor ieder van ons om onszelf te vinden! Wanneer we het gevoel hebben, dat we in een hoekje zitten waar we geen kant op kunnen of wanneer we het gevoel hebben, dat we geen opties meer hebben, dan zijn we nu op de beste plaats waar we kunnen zijn! Want op dat moment wil onze God binnenkomen om Zijn kracht in onze zwakheid te tonen. De Heer zei tegen Paulus: “… en Hij zei tot mij: Mijn genade is u genoeg; want de kracht wordt in zwakheid volbracht.” Paulus zei verder: “Heel graag zal ik dus veeleer roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus op [1] mij woont. Daarom heb ik een welgevallen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen en benauwdheden voor Christus; want wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk” (2 Kor. 12:9-10). David moest leren, dat zijn kracht niet lag in de 600 mannen die hem volgden, noch in zijn omstandigheden. Psalm 121 vers 1-2 herinnert ons eraan: “Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.” Onze hulp komt niet van prettige omstandigheden om ons heen, onze hulp komt van de Heer. David werd alles afgenomen om te leren, dat zijn God genoeg was.

Toen de Heer Jezus aan Zijn discipelen vroeg of zij ook zouden vertrekken en Hem niet langer zouden volgen omdat het moeilijk werd, antwoordden zij: “Heer, naar wie zullen wij toe gaan? U hebt woorden van eeuwig leven. En wij hebben geloofd en erkend dat U de Heilige bent” [2] (Joh. 6:68-69). Is dit onze reactie vandaag in onze moeilijke tijden?

 

NOOT:
1. Eigenlijk ‘tabernakelt,’ dit is in een tent woont.
2. De Engelse New King James Version heeft: “… dat U de Christus bent, de Zoon van de levende God.” Evenzo de Nederlandse Statenvertaling.

 

Tim Hadley Sr.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW