Trouw

58 artikelen over dit onderwerp gevonden
3 jaar geleden

Uit het ABC van de christen (5)

Jakob en farao Genesis 47 vers 7-10 Het leven van Jakob had een lieflijk einde. Jozef bracht zijn oude vader voor Farao. En wat deed hij eerst? “Jakob zegende de Farao.” Hoe kon hij! Was dit niet de machtige farao, de heerser over een wereldrijk, en hijzelf een “zwervende Arameeër”? (Deut. 26:5 NBG), wordt dan niet zonder enige tegenspraak “de mindere gezegend door het meerdere”? (Hebr. 7:7). Ja, zeker, en dit is wat God wilde laten zien voor de hele...

Lees verder
3 jaar geleden

Psalm 22 (4)

Psalm 22 vers 17-22 Wij hebben in de verzen 12-16 gezien hoe de leiders van het volk Israël – voorgesteld door de machtige stieren – de Heer Jezus veel leed hebben aangedaan. Nu spreekt Hij over honden die Hem omringen. Deze onreine dieren wijzen naar de Romeinse soldaten die ook de Heiland bespotten en geslagen hebben. Aan het kruis geslagen “Want honden hebben mij omsingeld, een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord” (Ps....

Lees verder
3 jaar geleden

De eerste decennia van het christendom (41)

Handelingen 20 vers 31-38; 21:1-14 Vers 31-38 Drie jaar lang had Paulus niet opgehouden elk van hen met tranen terecht te wijzen. De oudsten moesten nu blijven waken op dezelfde wijze en in dezelfde geest als Paulus in hun midden had gedaan. Tijdens zijn driejarig verblijf in Efeze hadden zij de gelegenheid “zijn leer, zijn wijze van doen, zijn bedoeling …” (zie 2 Tim. 3:10) te leren kennen, drie dingen waarop hij wees aan het begin van zijn afscheidsrede. Hij...

Lees verder
3 jaar geleden

Hij ging zijn weg met vreugde …

De vreugde die God in het hart van de gelovige legt, is een helder licht, een grote kracht en een sterke stimulans in zijn leven (Ps. 4:8; Neh. 8:11). Het moet hem “vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon,” en in heerlijkheid zal het zijn hart des te meer doen overlopen, want “overvloed van blijdschap is bij uw aangezicht” (Pred. 8:15; Ps. 16:11). Maar hoewel de gaven en zegeningen van God,...

Lees verder
3 jaar geleden

Beloningen (3+4)

3. Beloning van trouw in de verwachting van de Heer en in de beproeving Wij lezen in Lukas 12 vers 37: “Gelukkig die slaven die de heer, als hij komt, wakend zal vinden! Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, hen zal doen aanliggen en zal naderkomen om hen te dienen.” Op aarde is de Heer Jezus in het midden van de Zijnen geweest als de Dienaar. Zo zal Hij zijn in heerlijkheid, tegenover hen die trouw op...

Lees verder
3 jaar geleden

Beloningen (2)

2. Beloning van trouw in het getuigen voor de Heer De Heer beloont niet alleen de trouw in de dienst, maar ook datgene wat tot uiting komt in het getuigenis dat iedere gelovige hier op aarde geroepen is te geven, en dat hem dikwijls blootstelt aan schande, smaad en zelfs vervolging. Deze beproevingen zijn trouwens voor de verloste het zegel van zijn gelijkvormigheid aan Christus. “Herinnert u het woord dat Ik tot u zei: Een slaaf is niet groter dan...

Lees verder
3 jaar geleden

Beloningen (1)

In Zijn genade moedigt onze Heer de Zijnen op verschillende manieren aan om trouw te zijn en te volharden door de belofte van een beloning. Hoewel hun toewijding alleen moet voortkomen uit hun liefde voor Hem en niet uit een verlangen om vergelding te ontvangen zoals dagloners, is het vooruitzicht beloond te worden voor de rechterstoel van Christus niettemin een krachtige aanmoediging voor hen om trouw te blijven. Maar meer nog dan hun eigen vreugde denken zij eraan, hoe het...

Lees verder
5 jaar geleden

De Openbaring (5)

Openbaring 2 vers 18-29 Thyatira We komen nu bij een andere toestand. Er is weliswaar nog steeds veel trouw en ijver in Thyatira, maar de meerderheid is al afgevallen en het horen van de vermaning richt zich niet langer tot de hele gemeente, maar alleen tot hen die trouw zijn. Bovendien wordt zowel in deze als in de volgende brieven de komst van de Heer genoemd, wat blijkbaar een verwijzing is naar dat, wat we vanuit historisch oogpunt gezien nu...

Lees verder
5 jaar geleden

De Openbaring (4)

Openbaring 2 vers 12-17   De brief aan Pérgamus (hooggelegen burcht – hoog werk) Nadat was gebleken, dat het christendom niet door de verschrikkelijke vervolging kon worden uitgeroeid en dat het aantal christenen daardoor eerder was toegenomen, veranderde de vijand zijn tactiek. Hij liep niet meer rond als een “brullende leeuw” (1 Petr. 5:8), maar kwam naar hen toe als een “listige slang” (Ef. 6:11)1. In deze vorm veroorzaakte hij grote schade in de gemeente. Tot dan toe was de...

Lees verder
5 jaar geleden

De eerste decennia van het christendom (14)

Handelingen 6 vers 1-15 Vers 1-4 “In die dagen nu, toen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemopper van de Griekssprekende (Joden)1 tegen de Hebreeën, omdat in de dagelijkse bediening hun weduwen over het hoofd werden gezien”. Onder deze “discipelen” verstond men de gelovigen, die volhardden in de leer van de apostelen. In hoofdstuk 5 zagen we hoe de kracht van de Heilige Geest en de middelen van Gods voorzienigheid zich tegen het kwaad in de gemeente opstelden en zich tegen...

Lees verder