10 maanden geleden

Psalm 23 vers 1

“De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets.”

De zegeningen waarin de Heer als Herder Zijn kudde vandaag leidt, zijn niet zozeer tijdelijk als wel geestelijk. Het gordijn is van boven naar beneden gescheurd en we zijn tot God gebracht. De Heer Jezus zorgt nu de hele weg voor ons; maar we moeten ook, en dit is de oefening van onze ziel, met Hem in het licht wandelen. Zijn zorg is om ons met Zichzelf te laten wandelen in de kracht van de hemelse heerlijkheid voor ons. Hij vraagt: “Bewaar hen in uw naam, die U Mij hebt gegeven” (Joh. 17:11). God is ons echter niet alleen bekend als Jehovah, de eeuwige, onveranderlijke God, die ons genade schenkt zolang we op pelgrimstocht zijn, maar ook als de Vader die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen en verlangt, dat we daarvan genieten. Zeker, de haren van ons hoofd zijn allemaal geteld, maar net zo zeker is er tucht voor onze zielen om ze naar die zegeningen te leiden.

Om deze vertrouwde relatie met God aan te gaan, moeten onze zonden vergeven worden. Maar dit kan alleen gebeuren wanneer men tot Jezus, de Redder van zondaars, komt in berouw en geloof. Zonder dit besef kun je geen aanspraak maken op de Goddelijke genade. Je wordt pas een schaap van de Goede Herder als je Hem persoonlijk als je Herder kent. Op deze manier ga je deze gezegende relatie aan. Alleen dan kun je zeggen: “Mij ontbreekt niets.” Niet alleen heb je rust aan het stille water en kun je rusten aan Zijn voeten, maar je bezit Hem met alles wat Hij in Zichzelf is. Het hart heeft gemeenschap met Hem. Volledige zekerheid is het gezegende gevolg. Wat een gezegende troost om te rusten aan het hart van de Goede Herder! Het oog is gericht op de bestemming van de reis, op de heerlijke woningen van het Vaderhuis.

 

© Der Herr ist nahe

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW