17 jaar geleden

Muziek – Geschenk of gevaar? (3)

Deel 3

Michael W. Smith. de voormalige keyboarder van Amy Grant, is ondertussen een van de grootste sterren aan de christelijke Rock-hemel – tot morgen de volgende zal oprijzen. Zijn concerten trekken jaarlijks honderdduizenden fans aan. Voor vele jonge meisjes is hij het idool. Zijn meest prominente fan is wel George W. Bush, de zittende president van de USA, voor wie hij ook een song over “11 september” schreef.

Smith is een van de vele raderen die het grote raderwerk van de zogenaamde moderne christelijke muziek (Contemporary Christian Musik”, kort CCM) aan het lopen houden. De CCM-golf slaat al enige tijd van Amerika naar West-Europa over. Met muziekstijlen zoals rock, jazz1, hip-hop2, rap3 en punk4 proberen de moderne muzikanten de rockmuziek binnen de lofprijzing in christelijke gemeenten op te laten nemen of dicht bij het volk staande te evangeliseren. Christelijke evenementen, christelijke boekhandels en jeugdtijdschriften zowel privé christelijke CD-verzamelingen zijn zonder CCM vaak niet meer voor te stellen.

• Christelijke rockmuzikanten imiteren wereldlijke sterren

Christelijke muzikanten van deze tijd zijn uiterlijk vaak niet van wereldlijke sterren te onderscheiden. Velen spelen dezelfde muziek, dragen dezelfde kleding, gebruiken dezelfde instrumenten, dragen hetzelfde kapsel. Zij imiteren wereldlijke concerten en wereldlijke marktwerving. Ze hebben fans, die hen verheerlijken en die levensgrote posters van hen in hun kamer hangen. De bijbelse vermaning “wordt niet gelijkvormig aan deze wereld” (Romeinen 12:2), laten zij daarmee links liggen. Maar helaas worden ze daarmee ook tot voorbeelden voor hun fans, die op hun beurt hun levensstijl, hun kleding en hun wijze van uitdrukken kopiëren. Ware discipelschap en en gelijkvormigheid met de Heer Jezus bevorderen zij niet.

In een tijd waarin jonge mensen oriëntering zoeken en vaak geen geloofwaardige voorbeelden vinden, is dit gevaar niet te onderschatten. Des te belangrijker is het dat wij zelf – jong of oud – een voorbeeld zijn in onze levenswandel. En ook als jongere kan men nog werkelijke geloofsmannen en -vrouwen vinden. Het belangrijkste is natuurlijk de Heer Jezus Zelf als voorbeeld te nemen.

Ook Michael W. Smith oefent niet alleen goede invloed uit op jongeren. Hij geeft toe dat hij bij zijn eerste CD “Michael W. Smith Project” door Alan Parsons geïnspireerd werd. Alan Parsons is een occulte rock-muzikant! Het album “I’ll lead you home” produceerde Smith samen met Patrick Leonard, die ook voor Madonna produceert. De naam Jezus komt in de beide albums “I’ll lead you home” en “Change your world” geen enkele maal voor. Het gaat er hier niet om, een enkele muzikant te verdoemen. Smith is slechts een voorbeeld voor vele moderne christelijke muzikanten bij wie men zich moet afvragen, of zij de harten van de toehoorders naar de Heer Jezus leiden, of achter zichzelf aantrekken. “Want zij hadden de eer van de mensen meer lief dan de eer [eigenlijk heerlijkheid] van God” (Johannes 12:43).

• Boodschap contra medium?

“Wat is er tegen christelijke rockmuziek in te brengen? Hoofdzaak is dat de tekst zich op de bijbel grondt”, mag iemand denken. Zo heel eenvoudig is het niet. Een belangrijke toetssteen van goede muziek is de integratie van boodschap en medium. Dat betekent: Is de muziek in overeenstemming met de inhoud van de tekst, of gaan beiden zelfs tegen elkaar in? Dat is zeker niet onwezenlijk. Laten we ons een tekst voorstellen dat het karakter draag van een loflied, die echter volledig in een Moll-toonaard getoonzet is. Of stellen we ons anderzijds muziek voor, die door prikkelende klanken en prikkelende ritmes een “high-gevoel” oproept en ons gelijktijdig door de tekst voor het eeuwige oordeel waarschuwt. Tekst en muziek stemmen niet met elkaar overeen. Het lied verliest zijn uitwerking5.

Het al in deel 2 genoemde stijlmiddel “syncope”6 is een dankbaar element om de frisheid van een melodie te verhogen en kan een lied zeker aansprekend maken. Juist de moderne christelijke muziek komt zonder dit stijlmiddel nauwelijks nog uit. Wordt de syncope zeker te geregeld toegepast, krijgt de muziek een zeer lichaam-stimulerende werking. Daarbovenuit leiden niet tekst-conforme syncopen ertoe, dat op sommige woorden volledig anders de nadruk gelegd wordt dan het bij normaal spraakgebruik het geval is. Beide kan tegen de ernst van de tekstboodschap ingaan.

Zo is de vraag gerechtvaardigd, of een christelijk tekstlied bij een rockstijl past. Afgezien daarvan, dat het medium “rockmuziek” de bekwaamheid om de tekst op te nemen eerder hindert dan ondersteunt, omdat zij emoties en het lichaam stimuleert, blijft de vraag te beantwoorden of de integratie van boodschap en medium zelfs niet duidelijk afbreuk doet. Is het christenleven dan werkelijk zo “rockachtig”, “hip” en “buitengewoon”, zoals die muziek het voorstelt?

• Christelijk rockmuziek voor evangelisatiedoeleinden

Het zojuist geschilderde contrast is ook te overwegen, wanneer men ongelovige mensen door middel van Christelijke rockmuziek bereiken wil. Men haalt hen bij hun party-muziek weg en geeft daarbij bij velen de indruk dat de “party nu met Jezus verder gaat”. De muziek spreekt het vlees aan en wekt daarom vaak vleselijke emoties op. Is dan niet het gevaar groot, dat het christenleven tot een vleselijk geloofsleven vervalt? Zelfs een echte bekering kan zo verhinderd worden. Een treffende illustratie vindt men in Mattheüs 13:20-21: Het woord wordt met vreugde aangenomen (“the party goes on”) maar heeft geen wortel en daarmee geen duurzame uitwerking. Voordat God mij de vreugde van de redding schenkt, wil Hij eerst verdriet en berouw over mijn tot hier toe zondige leven bewerken. Daarom moet men zeer nauwkeurig overwegen, welke plaats het zingen van liederen in een evangelie-verkondiging hebben kan. Een evangelist van onze tijd zei daarover eens, toen hij gevraagd werd of op zijn evangelisatieverkondiging een koor zingen moest: “Ik gebruik geen koor, want het woord van God moet gepredikt worden. Maar wanneer jullie daartoe een opdracht hebben, dan mag u best zingen”. – Paulus hechtte veel waarde aan de prediking: “Dus het geloof is uit de prediking, en de prediking door het woord van Christus [s.l. God]” (Romeinen 10:17).

Wanneer desondanks de een of andere toehoorder door het evangelie in rockmuziek-verpakking tot bekering geleid wordt, zijn wij daarvoor zeer dankbaar. Maar men mag daaruit niet concluderen dat de muziek daarvoor verantwoordelijk is. Want wij worden “door het levende en blijvende woord van God wedergeboren” (1 Petrus 1:23), niet door muziek van welke aard zij ook zijn mag.

• Paulus en rockmuziek

“… allen ben ik alles geworden, om in elk geval enigen te behouden” (1 Korinthe 9:22). Deze zin wordt graag geciteerd, om te bewijzen dat de bijbel aan het publiek aangepaste evangelisatie-methoden (en daarmee ook rockmuziek) wettig maakt. Maar bedoelt deze plaats werkelijk dat Paulus alle in die tijd beminde en door het publiek gewenste wijzen van voorstelling toegepast heeft? Gebruikte Paulus de welsprekendheid van de Grieken? Speelde hij theater en pantomine zoals de Romeinen? Nee! Hij paste zijn prediking met zijn woordenschat door de toegepaste beelden en vergelijkingen, dus inhoudelijk, aan het begrip en bevattingsvermogen van zijn toehoorders aan (vergelijk zijn rede in Athene in Handelingen 17). Maar van redenaarskunst en alle menselijke versiering nam hij bewust afstand, om te verhinderen dat het geloof van zijn toehoorders op het wankele fundament van menselijke wijsheid stond (vergelijk 1 Korinthe 1:2). Zijn prediking verkreeg zijn kracht alleen door het Woord en de Geest van God. Zou hij wel grotere en blijvende zendingsvrucht gehad hebben, wanneer hij de door christelijke rockmuziek zo hooggeroemde werking van muziek toentertijd erkend en toegepast zou hebben? Zeker niet!

Iedere christen die een verkondiger van de goede boodschap wil zijn, behoort zijn vertrouwen niet op de rock-entertainment te stellen. Het wordt weliswaar steeds moeilijker om mensen op evangelisatie-ondernemingen uit te nodigen. Vele jonge mensen, van wie de muziek-consumptie uit 100% rock- en popmuziek bestaat, zal men ook niet met oude kerkliederen kunnen trekken. Dat zou u echter veel meer moeten motiveren naar geschikte zendingsmethoden te zoeken, die met de waarde van de boodschap van het kruis overeenkomen. Het zal weliswaar niet de bezieling van de massa oproepen, maar de goedkeuring van de Heer Jezus is dan zeker. En zeker zal een “onverpakt” getuigenis voor Christus blijvende vruchten brengen.

NOTEN VERTALER:
1. Jazz is een muziekstijl, dat in het samentreffen van Afrikaanse en Europese muziektradities is ontstaan. Een wezenlijk kenmerk van de jazz is een intensief tijd- en ritmegevoel. Daarbij blijft de ‘swing’ aan de grondslag, meestal viertelbeats, gebonden. De daarover gespeelde melodieën zijn meestal in kleinere nootwaarden en benadrukken vaak tonen tussen de beats (trommelslagen). Daardoor ontstaat een spanning aan de basis. Met de term jazz wordt een op improvisatie gebaseerde muziekstijl bedoeld die ontstaan is in New Orleans uit een kruisbestuiving van folk, blues, negrospiritual, ragtime, en klassieke muziek. [bron: WikipediA]
2. Hip-hop muziek heeft haar wortels in de zwarte funk- en soulmuziek. Hip-hop beduidt niet uitsluitend niet uitsluitend een muziekrichting, maar ook een jeugdcultuur, met de elementen rap, breakdance en graffiti-sproeien.
3. Rap is een spreekgezang en deel van de cultuur van de hip-hop.
4. Punk (ook punkrock), is een muziekrichting van de rockmuziek, die in het midden van 1970 in New York en Londen in verband met de subcultuur van de punk ontstaan is. Punkmuziek onderscheidt zich door minimale instrumenten (gitaar, bas, slagwerk, zang) alsook door de eenvoud van compositie (herkenningswoord “drie accoorden”). De sound wordt gevormd door overbelaste gitaren, een hoge maatsnelheid en rauwe stemmen. Belangrijk voor de punkmuziek is ook het levensgevoel, de stijl en de kleding. De daartoe behorende jeugdcultuur punk wordt door de afwijzing van de zogenaamde “burgelijke waarden” en richtlijnen van de staat en het meest mogelijke absolute afwijzen daartegen bepaald. [bron: WikipediA]
5. Zelfs pompeuze kerkmuziek kan de gewenste uitwerking van de tekst verminderen, wanneer het lied daardoor bij de hoorders enkel een huivering over de rug laat lopen en daardoor de boodschap op de achtergrond treedt.
6. In de muziek spreekt men van een syncope wanneer een of meerdere tonen niet op de tel of puls vallen, waardoor een of meerdere normale accenten verlegd worden. De syncope wordt in de muziek gebruikt om het accent te verleggen, om het accent op een andere dan de gebruikelijke / verwachte plaats aan te brengen. Vaak is dit de plek vlak voor het verwachte telaccent (anticiperende syncope), of vlak na de verwachte tel (ook wel echosyncope genoemd). In een 4/4-maat bijvoorbeeld zijn de eerste en de derde tel de zware tellen, de tweede en de vierde de lichte. Normaliter worden de accenten dus op 1 en 3 gelegd. Van een syncope kan sprake zijn wanneer de nadruk op de 2e en de 4e tel komt te liggen. Een andere vorm van syncope is het introduceren van een achtste noot in een vierkwartsmaat, waardoor het ritme van de maat een halve tel verlegd wordt. Deze vorm, de off-beat, legt de nadruk op een voor de toehoorder onverwachte plaats. Een andere afwijkende vorm van de syncope is de missed-beat, waar op de plaats waar de nadruk zou moeten liggen de noot vervangen is door een rust. Dit wordt ook wel een ‘luide rust’ genoemd. Door de techniek toe te passen verlegt men het ritmische accent van de muziek. Het wordt toegepast in vrijwel alle muziekstijlen en vormt een essentieel onderdeel van het ritme van stijlen als bijvoorbeeld ragtime, jazz en salsa. [bron: WikipediA]

Marco Leßmann – Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW