3 jaar geleden

Lijden (05)

Romeinen 8 vers 17; Lukas 24 vers 26

Lijden en heerlijkheid

Slechts weinige hebzuchtige jagers naar de genoegens van deze wereld doen hun wereldse handel niet ten koste van hun geweten. En hij die de vrede van zijn geweten als koopsom betaalt, heeft het goud te duur gekocht. Maar de hemel is goedkoop, zelfs als wij er al onze vleselijke belangen of zelfs het leven zelf voor moeten opgeven.

“Moest de Christus dit niet lijden, en [zo] in Zijn heerlijkheid binnengaan?” (Luk. 24:26). En de weg naar verlossing loopt voor de gelovige langs dezelfde weg: “… als wij inderdaad met [Hem] lijden, opdat ook wij met [Hem] verheerlijkt worden” (Rom. 8:17), met als enig voordeel, dat Zijn ‘voorgaan’ de weg voor ons heeft gebaand, zodat wij nu kunnen gaan door wat, als Hij er niet was geweest, voor ons volkomen onbegaanbaar zou zijn geweest.

Troost elkaar hiermee, christenen! Je leven mag dan vol lijden zijn, maar het is maar kort. Nog een paar stappen en je bent uit de regen. Wat het lijden betreft, dat op ons afkomt, is er een groot verschil tussen gelovigen en ongelovigen, als twee die in tegengestelde richting reizen en beiden door de regen doorweekt zijn, waarbij de één uit de regen gaat en spoedig in het droge is, en de ander in de regen gaat, die erger wordt naarmate hij verder komt. Zowel gelovigen als ongelovigen moeten door lijden heen, maar de gelovige is spoedig op het droge, terwijl het voor de ongelovige steeds erger wordt. Wat hij nu tegenkomt zijn slechts een paar druppels, de grote stortbui komt pas aan het eind.

Ook al zijn de omstandigheden voor de christen somber, toch kan hij spoedig een gelukkige verandering meemaken. De vreugde van die heerlijke dag komt “in een ogenblik, in het twinkelen van een oog…. en wij zullen veranderd worden” (1 Kor. 15:52). Eerst ziek en verdrietig en het volgende moment gezond en blij, en alle zuchten en tranen voor altijd vergeten. Het ene moment bedekt met de lompen van het sterfelijk vlees, versleten door duizend moeilijkheden, en een ogenblik later bekleed met klederen van de onsterfelijkheid, voorzien van een heerlijkheid die duizendmaal groter is dan het gewaad van het licht van de zon zelf, dat nu nog onze ogen verblindt.

Wie verwondert zich er over een gelovige opgewekt te zien ondanks zijn beproeving, wetende welk goed nieuws hij weldra uit de hemel zal horen? De hoop van de gelovige wordt in de hemel bewaard, en toch heelt zij alle wonden die hij op aarde ontvangt. Wanneer Christus Zijn discipelen het meer op stuurt, is dat omdat Hij bij hen wil zijn wanneer zij Zijn gemeenschap het meest nodig hebben. “Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn” (Jes. 43:2).

 

William Gurnall; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 23.07.2010.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW