Psalm 147 vers 3:
“Hij geneest de gebrokenen van hart, Hij verbindt hen in hun leed.”
Psalm 147 vers 3 vertelt ons dat Hij de gebrokenen van hart geneest en hun leed (smarten) verbindt. David herinnert ons: “de HEERE is nabij de gebrokenen van hart, Hij verlost de verbrijzelden van geest” (Ps. 34:19). Een voorbeeld van iemand die gebroken was door diep verdriet is Hanna. Hanna’s gebrokenheid is voor ons opgetekend in 1 Samuël 1.
Hanna leefde in de periode van de Richteren, toen de mensen Gods wetten niet volgden, maar ieder “deed wat juist was in zijn ogen” (Richt. 21:25). Haar man Elkana had een andere vrouw, Peninna, die kinderen had. Peninna treiterde Hanna omdat Hanna geen kinderen had (1 Sam. 1:6). Vanwege deze omstandigheden was het hart van Hanna bedroefd, maar eigenlijk is dat een te simpele voorstelling van haar pijn! Het is belangrijk om te zien hoe diep haar pijn werkelijk was! In vers 6-7 wordt ons tweemaal verteld, dat Peninna Hanna ernstig treiterde en haar deed huilen. Dit huilen wordt drie keer in de passage genoemd (vers 7,8,10). Het is niet simpelweg zo, dat haar gevoelens gekwetst waren, maar dit treiteren was een manier van leven, de pijn ging diep en er kwam geen einde aan! Ons wordt verteld dat Hanna “bitter van gemoed” was, ze huilde van verdriet, ze was een bedroefde vrouw, die haar ziel uitstortte voor de Heer. Spreuken 15 vers 13 herinnert ons eraan: “Een vrolijk hart maakt een gezicht blij, maar door hartenleed wordt een geest neerslachtig.” Dit geeft een beeld van Hanna!
Hanna was een vrouw met bittere pijn! Ze was gebroken door de voortdurende beledigingen en aanvallen van Peninna. Misschien voelde haar hart zich leeg en alleen! Spreuken 17 vers 22 beschrijft dit type van een neerslachtige geest als het verdorren van de beenderen! Het verlies van levenskracht en energie! Niemand begreep hoe diep deze bittere pijn ging! Niemand wist hoe gebroken Hanna zich voelde. Haar man begreep haar gebroken geest niet. Eli, de priester, beoordeelt haar verkeerd en herinnert ons eraan, dat zelfs onze geestelijke leiders niet in staat zijn onze pijn te begrijpen. Spreuken 18 vers 14 herinnert ons eraan: “Iemands geestkracht zal hem in zijn ziekte steunen, maar een neerslachtige geest, wie kan die opbeuren?” Waar ging Hanna dan heen voor hulp? Hanna’s stille gebed vanuit haar hart is het allereerste gebed van een vrouw dat in de Bijbel staat! Hanna’s gebrokenheid drijft haar naar de Heer en niet van Hem weg. Ze laat zich door haar “bitterheid van gemoed” niet tot een “bittere vrouw” maken, maar werpt haar pijn voor de Heer, omdat ze weet, dat God voor haar zorgt (1 Petr. 5:7).
Tim Hadley Sr.
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW