2. Beloning van trouw in het getuigen voor de Heer
De Heer beloont niet alleen de trouw in de dienst, maar ook datgene wat tot uiting komt in het getuigenis dat iedere gelovige hier op aarde geroepen is te geven, en dat hem dikwijls blootstelt aan schande, smaad en zelfs vervolging. Deze beproevingen zijn trouwens voor de verloste het zegel van zijn gelijkvormigheid aan Christus. “Herinnert u het woord dat Ik tot u zei: Een slaaf is niet groter dan zijn heer. Als zij Mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen” (Joh. 15:20). De vervolgde gelovigen verheugen zich er niet alleen over “dat zij waardig waren geacht voor de Naam oneer te verdragen” (Hand. 5:41), maar weten ook dat zij een beloning zullen ontvangen in de hemelen. “Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want zo hebben zij de profeten vervolgd die vóór u geweest zijn” (Matth. 5:12).
De Hebreeuwse gelovigen hadden deze beproeving en deze vreugde gekend. De schrijver van de brief getuigt van hen en zegt: “Want u hebt ook meegeleden met de gevangenen en de roof van uw bezittingen met blijdschap aanvaard, daar u wist dat uzelf een beter en blijvend bezit hebt. Werpt dus uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning heeft. Want u hebt volharding nodig, opdat u na de wil van God gedaan te hebben de belofte ontvangt” (Hebr. 10:34-36). In onze streken weten wij weinig van de schande en vervolging die de getuigen van de Heer door de eeuwen heen ten deel zijn gevallen. Laten wij des te waakzamer zijn, dat ons getuigenis niet verstikt wordt door wereldsgezindheid en levensgenot, anders zullen wij zeker de vreugde en de beloning verliezen, die de Heer aan getrouwe getuigen heeft beloofd.
De Openbaring toont ons verschillende groepen getuigen, en telkens wordt de beloning genoemd. Allereerst worden de gelovigen in Filadelfia genoemd, die, hoewel zij een kleine kracht hadden, het woord van de Waarachtige hebben bewaard en Zijn naam niet hebben verloochend. Deze trouw aan de Heer zal beloond worden. “Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen. Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt” (Openb. 3:8-12).
In hoofdstuk 7 zien we een grote menigte, die niemand tellen kon, uit elke natie en alle geslachten, volken en talen, staande vóór de troon en vóór het Lam, met witte klederen en palmtakken in hun handen. Dit zijn getuigen van Christus uit heidense volken die voor Zijn naam hebben geleden tijdens de grote verdrukking, nadat zij het evangelie van het koninkrijk hadden aangenomen. Als beloning voor hun trouw zullen zij voor de troon van God staan en Hem dag en nacht dienen in Zijn tempel. “… En Hij die op de troon zit zal Zijn tent over hen uitbreiden. Zij zullen geen honger en geen dorst meer hebben en de zon zal op hen geenszins vallen, noch enige hitte; {vervolgingen zullen ophouden}; want het Lam dat in [het] midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van levenswateren, en God zal elke traan van hun ogen afwissen” (Openb. 7:15-17). Dit alles zal geschieden bij hun invoering in het Duizendjarig Rijk, onder de gezegende heerschappij van de Vredevorst.
Het 14e hoofdstuk spreekt over de 144.000 die van de aarde zijn gekocht en een nieuw lied zingen vóór de troon, op de berg Sion, in het gezelschap van het Lam. Hun trouw is gebleken uit een wandel in volstrekte heiligheid, zodat van hen getuigenis wordt gegeven, dat zij onberispelijk zijn (vs. 5). Hun beloning is het voorrecht om het Lam te volgen, waar Hij ook heengaat.
Tenslotte laat hoofdstuk 20 ons kennismaken met een laatste groep getuigen die liever hun leven gaven dan het merkteken van het beest te aanvaarden en het te aanbidden. Zij waren “onthoofd om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God” (zie vs. 4). Dit zijn de martelaren die gedood zullen zijn door het hoofd van het Romeinse Rijk, maar die hier uit de dood worden opgewekt. Hun beloning is te delen in de eerste opstanding, priesters van God en van Christus te zijn en duizend jaar met Hem te regeren.
Wordt DV vervolgd.
Marc Tapernoux; © www.haltefest.ch
Jaargang: 1984, bladzijde 169.
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW